Wie la Vuelta a España volgt, weet dat Asturië synoniem staat voor afzien. Profrenners die harken op de loodzware hellingen van onder andere de Alto de Gamoniteiru en de Alto de l’Angliru. Die laatste wordt ook wel het “Beest van Asturië” genoemd, met een maximaal stijgingspercentage van dik 23%. Wij reden die brute ‘Alto’s’ niet, al kriebelt het wel om dat ooit eens met de racefiets te doen. Maar in plaats daarvan trokken we richting het noorden van de regio, naar de kust. Naar een stuk van Asturië dat minder bekend is, maar minstens zo indrukwekkend. We stapten daar op de pedalen van een e-bike en reden de Senda de los Miradores, ofwel het ‘Pad van de uitzichtpunten‘. Mooie views gegarandeerd dus. Maar ook op deze route voel je je kuiten branden tijdens de klim en in de afdaling merk je dat je toch wat harder in je stuur knijpt dan je wilt toegeven.



Senda de los Miradores
Senda de los Miradores is een kustpad van ruim zes kilometer (12,6 km retour) dat zich omhoog en omlaag een weg slingert tussen eucalyptusbomen, kliffen en verborgen baaien. Qua kilometers is de route dus niet heel spannend, maar de kriebels waren er zeker wel tijdens enkele afdalingen en de geweldige uitzichten. Officieel is het overigens een wandelpad, maar buiten het hoogseizoen kun je hier zeker ook fietsen, al moet je dan op sommige stukken wel stalen zenuwen hebben. Gelukkig loopt er parallel aan het pad een goede geasfalteerde weg, waar je veilig overheen kunt fietsen als het te druk of te steil voor je is. Wij kunnen in ieder geval concluderen dat het één van de mooiste ‘soft adventure’-routes is van Asturië, want het is toegankelijk voor iedereen en het uitzicht gaat nooit vervelen.


Het startschot in San Esteban de Pravia
Onze dag begint in San Esteban de Pravia, een dorp dat nog altijd zichtbaar het industriële verleden meedraagt. Het was namelijk de verbindende schakel tussen de mijnen in het binnenland en de open zee, waarover het steenkool verder werd vervoerd. Vroeger was het een grauwe plek, waar hard gewerkt werd. Tegenwoordig is het een kleurrijk dorp om tot rust te komen en te genieten van het water en de natuur. Voor ons was het het startpunt van de route La Senda de los Miradores.
Terwijl we de e-bikes klaarmaken, kijken we nog even uit over de monding van de Nalón-rivier. Dankzij de iconische, gerestaureerde kolenkranen en houten laaddocks die op de kade staan, is het industriële verleden hier nog heel tastbaar. Je kunt je echt voorstellen hoe het er hier in de vorige eeuw aan toe ging. Helemaal wanneer onze gids Roberto ons foto’s laat zien van zijn opa die in de haven van San Esteban de Pravia werkte.



Op naar het eerste uitzichtpunt
De eerste echte klim brengt ons bij de Mirador del Espíritu Santo. Wandelaars lopen vanuit San Esteban de Pravia richting het strand van El Garruncho en worden vrijwel direct op de proef gesteld door een steile trap, van meer dan 400 treden, die tegen de klif omhoog loopt. Wij zijn op de fiets en kiezen voor de iets minder genadeloze autoweg naar boven. Daar op de klif staat Ermita del Espíritu Santo, een wit kapelletje, gewijd aan de Heilige Geest. Dit was de plek waar vissers en zeelieden baden om bescherming tegen de zee, en waar schippers wisten dat ze bijna thuis waren zodra ze de kapel zagen opdoemen boven de kliffen.



Een lesje nederigheid in waterveiligheid
Vanaf de kapel heb je een waanzinnig uitzicht over de Atlantische kustlijn, Isla la Deva, het surfstrand Playa de Los Quebrantos en ‘la barra’. Die laatste is een beruchte zandbank in de monding van Río Nalón. Wat je ook goed kunt zien vanaf 150 meter hoogte zijn de enorme dammen en golfbrekers die nodig zijn om de mens hier tegen het water te beschermen. De vele waterwerken langs de kust zijn niet per se fotogeniek, maar wel indrukwekkend. Ze laten zien hoe krachtig de Atlantische Oceaan kan zijn en hoe noodzakelijk het is om als land voorbereid te zijn. Er is veel aandacht, kennis en infrastructuur nodig om water buiten te houden. Hier, aan deze ruige kust, zie je dat in één oogopslag. De zee is prachtig, maar ze is ook meedogenloos.

De los Miradores
Na een schietgebedje te hebben gedaan bij de kapel voor een veilige fietstocht, rijden we verder met de bergen aan onze linkerhand en de Atlantische kust aan de rechterhand. Met zoveel verschillende miradors, is de route een aaneenschakeling van ‘ooh’ en ‘aah’ momenten. We stoppen om de haverklap om foto’s te maken. Met name de uitzichtpunten zijn fantastisch. Naast Espíritu Santo zijn er nog drie plekken waar je zeker wilt stoppen: Mirador de l’Atalaya, Mirador de Los Glayos en Alto de Las Llanas. Elke mirador biedt weer een ander perspectief op de verborgen strandjes diep onder ons, zoals Playa de los Espinos, Playa de Las Llanas en Playa Veneiro o Xilo. Stuk voor stuk half verborgen, bereikbaar via trappen en geliefd bij locals en surfers.


Kleurrijk Cudillero
De route eindigt officieel bij Playa de Aguilar. Een mooi strand dat direct aan de doorgaande weg ligt. Een ideale plek als je een dagje op het strand wilt doorbrengen. Wij doen dat niet en besluiten onze eigen weg te vervolgen. De e-bikes geven ons namelijk net dat extra zetje om door te trappen richting Cudillero. Een vissersdorpje waar de verse vis op je bord die ochtend in de haven is binnengekomen. De huizen zijn er steil tegen de helling omhoog gebouwd. En net als San Esteban de Pravia zijn de huizen hier in alle kleuren van de regenboog geschilderd. Op het terras aan het centrale plein kun je je een dag vermaken. Voor ons is het een fijne plek om de benen te laten rusten voordat we aan de terugweg beginnen.













