Keer op keer blijf ik me verbazen over hoe groot het vakantiegevoel kan zijn zonder ver van huis te hoeven gaan. Gewoon in ons eigen mooie Nederland zijn talloze heerlijke plekken en routes te vinden, maar ook bij onze buren in Duitsland of België is het goed toeven. Hemelsbreed slechts een paar uur verderop, maar je merkt de culturele verschillen al zodra je nog geen tien minuten de grens over bent. Een vakantie of een weekendje weg in eigen land of in één van onze buurlanden is een perfecte combinatie van dichtbij zijn, maar ver weg voelen. Bovendien is dit niet alleen een duurzame, maar ook een budgetvriendelijke manier om the outdoors op te zoeken. Voor € 70,- had ik een retourtje vanuit Eindhoven naar Mons, het startpunt van deze mini trip. Ik neem je mee naar een heerlijke trip door Wallonië, het Franstalige deel van België. Daar fiets ik een deel van de UNESCO-fietsroute in Wallonië.
UNESCO-fietsroute Wallonië
- Afstand: ca. 500 km
- Etappes: 11
- Start: Doornik
- Eindpunt: Blegny-Mine
- Route: RAVeL en fietsknooppunten
- Regio: Wallonië, België
- Type: cultuurhistorische fietsroute
- Geschikt voor: meerdere dagen / losse etappes

Wat is de UNESCO-fietsroute in Wallonië?
De UNESCO-fietsroute in Wallonië is een bijna 500 kilometer lange fietsroute die Wallonië van west naar oost doorkruist, van Doornik tot Blegny-Mine. De route bestaat uit 11 etappes en volgt grotendeels RAVeL-routes en fietsknooppunten. Onderweg fiets je langs verschillende UNESCO-werelderfgoedlocaties en door onder meer Henegouwen, langs de Maas, door de Condroz en de Ardennen.
11 etappes
- Doornik (Tournai) – Bergen (Mons) | 68km
- Bergen (Mons) – Binche | 39km
- Binche – Thuin | 34km
- Thuin – Charleroi | 23,9km
- Charleroi – Dinant | 63km
- Dinant – Ciney | 17,6km
- Ciney – Durbuy | 41km
- Durbuy – Spa | 63km
- Spa – Waimes | 40km
- Waimes – Raeren | 56km
- Raeren – Blegny | 47km

De UNESCO-fietsroute – leer wallonië kennen zoals het écht is en hoe het zo is geworden
Met bijna 500 kilometer aan fietspaden, verdeeld over 11 etappes, is de UNESCO-fietsroute onmogelijk in één lang weekend te fietsen. Wij deden vier etappes, verspreid over vier dagen, en kregen daarmee een verrassend compleet beeld van Wallonië. Kleine stadjes en nog kleinere gehuchten, (altijd) goed eten en een regio die veel veelzijdiger blijkt dan ik vooraf had verwacht. De route bracht me langs historische locaties en mooie heuvelachtige landschappen vol groene weides, bloemenvelden en streekgewassen.
Wat mij betreft is de fiets een fantastische manier om Wallonië beter te leren kennen. Juist omdat de dagen niet gevuld waren met toeristische trekpleisters, fotomomenten of lijstjes die je moet afvinken. Het mooie van deze route is dat je Wallonië leert kennen zoals het echt is. En dat zit hem in de kleine dingen, die je niet ziet als je er doorheen rijdt met de auto, maar wel als je er door heen beweegt te voet of, zoals wij, met de (elektrische) fiets.



Fietsvriendelijke regio
Wat daarbij helpt, is dat je onderweg regelmatig het Fiets Welkom-label tegenkomt. Dit keurmerk is speciaal bedoeld voor fietsers en wordt toegekend aan hotels, restaurants, cafés, musea en andere locaties langs de route die zijn ingericht op mensen die met de fiets reizen. Je kunt er vaak je fiets veilig stallen, je bidon bijvullen, gebruikmaken van basisgereedschap voor kleine reparaties en rekenen op handige informatie over de omgeving. Op de website van Visit Wallonia vind je een overzicht van alle locaties met het Fiets Welkom-label. Ideaal als je vooraf op zoek bent naar een fijn hotel, een goede lunchplek of een tussenstop tijdens je route.
Heel handig, maar persoonlijk vind ik het ook altijd wel wat hebben om geen planning te maken. Juist de plekken waar ik spontaan stopte, bleken achteraf namelijk de leukste. En ik kreeg een enorme glimlach op mijn gezicht van het feit dat ieder gehucht, hoe klein ook, minstens één “friterie” lijkt te hebben. Meestal wordt die ook nog vergezeld door een goede traiteur en een traditionele Italiaan. Met traditioneel bedoel ik overigens: gerund door een daadwerkelijke Italiaan en Italiaans eten zoals in Italië. Hoe dat komt, daar kom ik later nog op terug.
Don’t judge a book by its cover..
Maar eerst nog even terug naar een ander cultureel detail dat me onderweg opviel. Het uiterlijk van een restaurant zegt hier werkelijk helemaal niets over de kwaliteit van het eten. Plastic stoelen en tafels onder een verweerde Ola parasol lonken misschien niet direct, maar wanneer je even op de borden van de locals spiekt, weet je dat ze niet voor het interieur zijn gekomen. Sterker nog, ik denk dat we onderweg juist onze lekkerste maaltijden aten op plekken waar ik normaal gesproken straal voorbij zou zijn gefietst.
Aan het einde van de route, bij de mijn van Blegny, zit ook zo’n verborgen parel. Het oogt als de oude kantine van de mijnwerkers, maar je vindt er vers bereid en typisch lokaal eten. Ik bestelde er een Luikse bal, een stevig gekruide gehaktbal in een saus van azijn en Luikse stroop, geserveerd met Belgische frieten en natuurlijk Belgische mayonaise, net wat zuurder dan wij hem in Nederland kennen.
Verrassend en nuchter Wallonië
En misschien vat dat Wallonië nog wel het beste samen. Het probeert nergens indruk te maken. Het is niet gelikt, niet perfect gestyled en niet bezig om fotogeniek te zijn. TikTok rijen en typische Insta-plaatjes zul je hier niet vinden en populaire matcha’s of zelfs de redelijk ingeburgerde havercappu staan hier vaker niet dan wel op de kaart. Het is alsof de regio nooit iets heeft hoeven bewijzen en daarom gewoon zichzelf is gebleven. Misschien is dat ook precies waarom deze route me zo verraste. Doordat Wallonië nuchter en nergens spectaculair lijkt te willen te zijn, is het juist bijzonder. Zeker als je je bedenkt dat niet alleen wij, maar ook lokale ondernemers en daardoor bestemmingen, steeds trendgevoeliger lijken te zijn. Een onbedoeld gevolg is dat de eigenheid van een regio daarmee langzaam steeds een klein beetje meer verdwijnt. Wallonië daarentegen is alles behalve een trend. Je fietst hier simpelweg door het dagelijkse leven van Wallonië en dat maakt het alsof je op twee wielen door een openlucht museum gaat.



Welkom in Wallonië – op twee wielen door een openlucht museum
Ik merkte dat ik onderweg steeds afstapte zonder precies te weten waarom. Wanneer je fietst gaat alles toch net iets sneller aan je voorbij dan wanneer je wandelt. Dus stopte ik om uit te kijken over een veld, om de toren van Mons boven de heuvels uit te zien steken of soms simpelweg omdat ik dacht: wat ís dit eigenlijk? Zonder het door te hebben, sta je hier regelmatig op plekken waar honderden of zelfs duizenden jaren geschiedenis verscholen ligt. Letterlijk zelfs, want de grond onder je voeten, vertelt hier, voor wie wil luisteren, misschien wel net zo veel verhalen als het landschap daarboven. Tijdens onze route bezochten we zowel een vuursteenmijn als een steenkolenmijn. Twee totaal verschillende plekken, maar allebei bepalend geweest voor de ontwikkeling van de regio. Je fietst met de UNESCO-route dus niet alleen dóór Wallonië, je fietst ook door de geschiedenis ervan.
De vuursteengroeven van Spiennes
De vuursteengroeven van Spiennes zijn daar een mooi voorbeeld van. Boven de grond zie je eigenlijk niet veel meer dan akkers en weilanden. Niks bijzonders zou je zeggen. Niets doet dan ook vermoeden dat zich onder je voeten één van de oudste en grootste mijncomplexen van Europa bevindt. Pas wanneer je via een smalle schacht afdaalt, kom je terecht in een netwerk van gangen waar zo’n zesduizend jaar (!) geleden al vuursteen werd gewonnen. Complete blokken waarmee bijlen, messen en ander gereedschap werd gemaakt. Deze plek was daarmee één van de eerste industriële centra van Europa.
Terwijl je door die smalle gangen loopt, is het eigenlijk moeilijk voor te stellen dat mensen hier duizenden jaren geleden al met verrassend veel kennis en techniek aan het werk waren. De schachten konden tot wel zestien meter diep worden gegraven en sommige vuursteenblokken waren bijna twee meter lang. Het waren dan ook niet zomaar mannen met een schop die alleen voor hun eigen materialen de vuursteen wonnen. Hier werd op grote schaal vuursteen gewonnen, bewerkt en gebruikt voor gereedschap dat zijn weg vond naar andere delen van Europa en hiermee waren de vuursteengrotten van Spiennes de eerste industrie van België.
Wat het dan weer heel menselijk maakt is dat hier ook een hondje werd opgegraven. Het lijkt misschien een klein detail, maar door het bezoek aan de mijn begonnen de jaartallen en plaatjes die ik nog kende uit de geschiedenisboeken te leven. Ik kon me steeds meer voorstellen hoe mensen toen geleefd moeten hebben, hoe zwaar het werk was en hoe ze ook al honden als huisdier hadden, waar ze genoeg van hielden om ze te begraven.
Mons, het startpunt van onze trip
We gaan even terug naar Mons, het startpunt van onze trip. Mijn eerste kennismaking met de stad was het futuristische station, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Een gebouw waar jarenlang veel discussie over is geweest. De bouw duurde uiteindelijk vijftien jaar (!) en ging ver over het oorspronkelijke budget heen. Toch begreep ik dankzij de gids al snel waarom er voor dit ontwerp gekozen is. Het station is namelijk veel meer dan een opvallend gebouw. Het vormt letterlijk de verbinding tussen het historische centrum en het nieuwere deel van de stad. Waar vroeger twee delen van Mons naast elkaar bestonden, heeft het station de stad verbonden en wordt de aankomstbrug die boven de sporen ligt, door de locals gebruikt als doorgang waardoor Mons veel meer is gaan leven als één centrum.
Onze gids liet één voor één de oude werktuigen draaien. Een trilboor bijvoorbeeld. Pas wanneer dat ding begint te ratelen, besef je hoe intens het werk hier moet zijn geweest. Niet alleen omdat het fysiek zwaar was, maar ook omdat dit urenlang de soundtrack van je werkdag was. Het lawaai galmt door de gangen en is bijna niet voor te stellen als je er zelf middenin staat. Het zegt dan ook alles dat mijnwerkers gemiddeld zo’n tien jaar minder oud werden dan de rest van de bevolking. Dat feitje krijgt een andere lading als je in de mijn staat, terwijl je je helemaal kunt voorstellen hoe zwaar het is om elke dag intensief werk onder de grond te moeten doen. Allemaal werk dat verzet is door jonge mannen, vaders, en veelal gastarbeiders die mee hebben gebouwd aan het Wallonië van nu.


Bourgondisch Wallonië
Die gastarbeiders noem ik niet voor niets. Want vooral veel Italiaanse families vestigden zich na de Tweede Wereldoorlog in Wallonië om in de mijnen te werken. En ineens viel er een kwartje. Al die Italiaanse restaurants waar we onderweg langs fietsten, waren logischerwijs niet zomaar toeval, maar een stukje geschiedenis wat nu pas tot me door drong. Tweede en derde generatie Italianen die Wallonië hun thuis hebben gemaakt en een vleugje van hun eigen Italiaanse roots en cultuur delen in de vorm van heerlijk eten geserveerd met een flinke dosis nuchterheid. Wat dat betreft zijn Italianen en Walen een perfecte bourgondische match en hebben ze meer gemeen dan alleen het stukje geschiedenis wat ze delen.
Wie wat meer tijd heeft, doet er goed aan om na een bezoek aan de mijn nog even in de omgeving te blijven. Je zit hier namelijk midden in het Land van Herve, een streek die vooral bekendstaat om heuvelachtige weilanden, boomgaarden en de gelijknamige Hervekaas. Op zondagochtend is de Abdij van Val Dieu een fijne tussenstop, waar een streekmarkt vol lokale producten wordt gehouden. Geen grote toeristische markt, maar streekproducten die de omgeving letterlijk smaak geven.



Zelf de UNESCO-fietsroute fietsen?
Het mooie aan deze route is dat je hem helemaal kunt aanpassen aan de tijd die je hebt. De volledige UNESCO-fietsroute is bijna 500 kilometer lang en bestaat uit 11 etappes, maar je hoeft zeker niet alles achter elkaar te fietsen. Juist doordat Wallonië goed bereikbaar is met de trein, kun je eenvoudig een lang weekend samenstellen of juist een paar losse etappes uitkiezen. Zo fietste collega-reporter Yalck eerder andere etappes van de route en deelde haar ervaringen hier.
De route die wij fietsen
Wij begonnen onze route in Mons en eindigden bij de mijn van Blegny. Vanuit daar fiets je eenvoudig door naar Luik, waar je de trein terug naar huis kunt pakken. Ook plaatsen als Tournai, Ciney en Dinant zijn dankzij hun station een logisch begin of eindpunt wanneer je een deel van de route wilt fietsen met je eigen fiets of komt met het openbaar vervoer.
Heb je geen eigen fiets? Dan zijn er verschillende verhuurders langs de route. Wij huurden onze elektrische fietsen via Cycle Sport, waar je naast huurfietsen ook gebruik kunt maken van een haal- en brengservice. Je fiets wordt dan op het afgesproken startpunt afgeleverd en aan het einde van je route weer opgehaald. Ideaal als je een lineaire route wilt fietsen zonder terug te hoeven rijden. In Dinant kun je terecht bij Bike Experience, een fijne uitvalsbasis wanneer je de zuidelijkere etappes wilt verkennen.

Ga je deze route zelf fietsen?
Neem dan zeker even een kijkje op de website van Visit Wallonia. Daar vind je alle informatie overzichtelijk op één plek. Van de complete UNESCO-fietsroute met GPX bestanden en etappebeschrijvingen tot tips voor overnachtingen, bezienswaardigheden, lokale restaurants en praktische informatie voor onderweg. Juist doordat de route zoveel vrijheid biedt, kun je hem helemaal eigen maken. Vier etappes waren voor ons genoeg om nieuwsgierig te worden. Ik weet nu al dat er nog genoeg redenen zijn om terug te komen.
Begin of eindig je route op een plek met een treinstation
- Vuursteengroeven van Spiennes
- Scheepslift van Strépy Thieu
- Thieu Les Bains, dit is een ontzettend gezellig terras direct naast de scheepslift, waar de grill buiten aanstaat in de zomer
- Citadel van Dinant
- Durbuy
- Mijn van Blegny
- Abdij van Val Dieu en de zondagse streekmarkt
- Land van Herve
- Biotoop van de Steenberg (wandeling)
Verder leuk om te doen
- Een Luikse bal met friet eten bij de mijn van Blegny.
- Stoppen bij een willekeurige frituur of Italiaanse trattoria die er van buiten nét iets te eenvoudig uitziet.
- Regelmatig afstappen. Juist de plekken waar je vooraf niets van verwacht, bleken achteraf de verhalen te vertellen die me het meest zijn bijgebleven.
Overige handige pagina’s
Fiets Welkom
Zoek eenvoudig naar hotels, restaurants, cafés en attracties met het Fiets Welkom-label. Deze locaties zijn ingericht op fietsers en bieden handige voorzieningen, zoals een veilige fietsenstalling, een plek om je bidon te vullen en vaak ook basisgereedschap voor kleine reparaties.
UNESCO Werelderfgoed in Wallonië
Ben je nieuwsgierig geworden naar de andere UNESCO-locaties in Wallonië? Op deze pagina vind je een compleet overzicht van alle UNESCO-monumenten en -sites die je kunt bezoeken. Ideaal als je je fietsvakantie wilt combineren met nog meer bijzondere plekken of een extra dag in Wallonië wilt blijven.
RAVeL-fietsroutenetwerk
De UNESCO-fietsroute maakt grotendeels gebruik van het RAVeL-netwerk: een uitgebreid netwerk van autoluwe fietspaden over voormalige spoorlijnen en jaagpaden. Op de website vind je een interactieve kaart, actuele informatie over de routes en eventuele werkzaamheden of omleidingen. Ideaal als je je route verder wilt uitbreiden of zelf een etappe wilt samenstellen.
VISITWallonia.be Pass
Download de gratis app en profiteer het hele jaar door van kortingen op accommodaties, musea, activiteiten en andere uitstapjes in Wallonië.

FAQ – Antwoorden op veelgestelde vragen over de UNESCO-fietsroute in Wallonië
De UNESCO-fietsroute door Wallonië is ongeveer 500 kilometer lang en bestaat uit 11 etappes. De etappes variëren in lengte en je hoeft ze niet allemaal achter elkaar te fietsen. Je kunt ook één etappe kiezen, meerdere etappes combineren of de volledige route fietsen als meerdaagse fietsvakantie, waardoor je de route kunt aanpassen aan de tijd en conditie die je hebt.
De route loopt van Doornik (Tournai) in het westen van Wallonië naar Blegny-Mine bij Luik, vlak bij de Nederlandse grens. Je kunt de route uiteraard ook in omgekeerde richting fietsen of een afzonderlijke etappe kiezen.
Onderweg kom je langs verschillende plekken die op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan. Voorbeelden zijn de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en het Belfort van Doornik, het Belfort van Bergen (Mons) en het Belfort van Binche.
Ja. De route volgt grotendeels RAVeL-paden en fietsknooppunten en is daardoor goed geschikt om met een elektrische fiets te fietsen. Wel verschillen de etappes onderling in moeilijkheid en landschap. Vooral in de heuvelachtige delen van Wallonië en de Ardennen is een e-bike prettig. De officiële route-informatie noemt de etappes overwegend groene en vlakke routes, maar sommige etappes hebben een gemiddelde moeilijkheidsgraad.
Ja, maar het hangt af van de etappe die je kiest. Sommige etappes zijn relatief eenvoudig, terwijl andere door heuvelachtiger gebied lopen en wat meer inspanning vragen. Zo wordt de eerste etappe van Doornik naar Bergen als gemakkelijk aangemerkt, terwijl de etappe van Raeren naar Blegny als gemiddeld wordt beoordeeld.
De GPX-bestanden zijn te vinden via de officiële routepagina’s van Visit Wallonia. Iedere etappe heeft een eigen routepagina met een interactieve kaart, routebeschrijving en GPX-bestand.
Ja. Verschillende plaatsen langs de route zijn per trein bereikbaar, waardoor je de route ook zonder auto kunt fietsen. Doornik is bijvoorbeeld een logisch startpunt en ook plaatsen als Bergen, Dinant en Luik zijn goed te combineren met trein en fiets. Daardoor kun je een eigen traject samenstellen zonder dat je na afloop terug hoeft naar je startpunt.














