Het is maandagochtend en we verzamelen bij het schuurtje van Roberto in San Esteban de Pravia, een rustig en kleurrijk havendorpje vlakbij de Asturische kust. “Surf at sea or stand up paddling on the river?” is wat hij ons vraagt. We hebben het allebei al vaker gedaan, maar voelen ons op dat moment toch comfortabeler bij de sup. Omdat we dat beter kunnen, maar ook omdat de rustig uitziende rivier ons op dat moment iets meer trekt dan de ruige golven van de open zee. Een goede keuze, al komen we er al snel achter dat de schijn hier wel een beetje bedriegt. Die rivier is namelijk niet zo kalm als dat het lijkt. Even later horen we van Roberto dat de rivier inderdaad lastiger in toom te houden is dan je vooraf denkt. En dat wij niet de enigen zijn die ons daar in hebben vergist. Het is een interessant verhaal. Hoe dat zit lees je in dit artikel.

De krachtige Nalón rivier
We trekken een wetsuit aan, halen de supboards uit de schuur, lopen naar de steiger en stappen soepel op de sups. Met een paar stevige halen peddelen we zo de haven uit. Het zonnetje schijnt en het water lijkt wel een spiegel, zo vlak. Maar zodra we op de rivier komen, merk ik dat ik minder vooruit kom. Als ik af en toe stop om een foto te maken, dan lijkt het wel of ik achteruit ga. Ik check voorzichtig bij Roberto of de stroming nou zo sterk is, want als ik naar het water kijk, dan lijkt er helemaal geen beweging in te zitten. Gelukkig bevestigt hij meteen dat het niet aan mij ligt. Er is inderdaad een stevige stroming, maar die is niet uitzonderlijk voor de rivier. We suppen namelijk op de Nalón, een van de grootste en krachtigste rivieren van Asturië. Eentje met een belangrijke industriële geschiedenis.



De verbindende schakel
Terwijl ik mijn best doe om het tempo erin te houden, vertelt Roberto over de tijd dat deze riviermonding de belangrijkste plek van de regio was. San Esteban was vroeger namelijk niet het kleurrijke dorpje van nu, maar de verbindende schakel tussen de grauwe mijnvalleien en de blauwe zee. In het binnenland werd volop steenkool gedolven en via deze haven werd het naar de rest van Spanje vervoerd. De industriële revolutie zorgde voor een explosieve vraag naar steenkool voor de ijzer- en staalindustrie. De spoorlijn die daarvoor werd aangelegd, bracht de kolen direct tot aan de kade in San Esteban de Pravia.


Een grauwe gouden tijd
Het was een gouden tijd, maar ook een donkere tijd. De steenkool uit Asturië was tijdens de wereldoorlogen, en de vroege jaren van het Franco-regime, de enige energiebron die de hele Spaanse industrie draaiende hield. Maar terwijl de haven in die eerste helft van de vorige eeuw een ongekend grote economische bloei doormaakte, werden het dorp en de omliggende natuur bedolven onder roet en smog. Het was hard werken en de dagen waren lang en donker, wat het leven niet makkelijk maakte. Bovendien bleek de toegang tot de haven een onverwacht beruchte ‘flessenhals’ te zijn. Waar men had gedacht dat het een ideale havenplaats zou zijn, viel dat in de praktijk vies tegen.

Rivier versus zee
De Nalón rivier is breed, maar ook vrij ondiep en voert volop sediment uit de bergen mee. Daar tegenover heb je de zee die dat weer terugduwt en de getijden die voor wisselende waterniveaus zorgen. Daardoor ontstond er een constante strijd tussen rivier en zee. Dat zorgde voor een verraderlijke zandbank (genaamd la Barra) op de plek waar de rivier en zee in elkaar overlopen. Bovendien zorgde het voor krachtige golven, onvoorspelbare stromingen en zijwaartse druk.

Water versus mens
Je kunt je nu misschien voorstellen dat de zeelieden enigszins klamme handen hadden wanneer ze het laatste stuk naar de haven moesten afleggen. En dat kwam dan niet door het zilte zeewater. Gelukkig werd er alles aan gedaan om de haven bereikbaar te houden. Er werd een dam gemaakt en baggeren werd (en is) een dagtaak. Daarnaast waren er lokale loodsboten en sleepboten, die precies wisten hoe ze om moesten gaan met de wisselende getijden en het grillen van de zandbank. Hierdoor lukte het de meeste boten om veilig in en uit te varen. En kon San Esteban de Pravia decennia lang zijn positie behouden.

Een onhoudbare positie
Uiteindelijk kwam er in de tweede helft van de twintigste eeuw een einde aan de hoogtijdagen van San Esteban de Pravia. Dat was een beetje een samenloop van omstandigheden. Het hielp natuurlijk niet mee dat de haven zo lastig bereikbaar was, waardoor er in Gijón een grote, praktischere haven werd ontwikkeld. Ook werd steenkool steeds meer uit andere, goedkopere landen gehaald. En daarnaast begonnen olie en gas de rol van steenkool steeds meer over te nemen.
Vervlogen tijden herleven
Vanaf mijn supboard zie ik duidelijk dat de littekens van het verleden nog zichtbaar zijn. Langs de oever zien we vervallen steigerpalen en het skelet van een vrij groot schip liggen dat steeds verder wordt teruggeclaimd door de natuur. En als ik terugkijk naar het dorp, dan begrijp ik ook meteen waarom de enorme, gerestaureerde houten laadplekken en ijzeren kolenkranen op de kade als reuzen boven ons uittorenden. Ooit waren ze hypermodern, tegenwoordig is het industrieel erfgoed. Ze zijn mooi opgeknapt en geven het kleurrijke dorp van nu een uniek, industrieel karakter. Het is een van de weinige plekken in Europa waar de industriële sfeer van de vroege 20e eeuw nog zo tastbaar is.



De krachtige Nalón rivier – deel 2
We hoopten op een ontspannen weg terug, maar ook nu laat de Nalón zich blijkbaar niet zomaar temmen. Precies op het moment dat we besluiten om te keren, keert ook het getijde. De wind steekt op vanuit zee en zowel het water als de lucht beginnen terug te duwen. Ik moet, net als op de heenweg, alle zeilen bijzetten om vooruit te komen. Wat ooit een ontspannen suptochtje leek, blijkt toch een heuse workout te zijn. Het geeft me een klein inkijkje in de machteloosheid die de zeelieden vroeger gevoeld moeten hebben. Als ik nu al moet zwoegen op een lichtgewicht sup-board, wat voor inspanning moet het dan zijn geweest om een loodzwaar kolenschip door die smalle havenmonding te loodsen terwijl de golven op de zandbank beukten?

Een fascinerende plek
Terwijl ik na afloop voldaan mijn board weer de schuur van Roberto inschuif, kijk ik nog even naar de open zee. De golven die daar op de kust slaan, herinneren me eraan dat San Esteban zijn kleur weliswaar heeft teruggekregen, maar dat het nog steeds een dorpje met karakter is. Volgende keer wil ik die golven dus weleens van dichterbij beleven tijdens een surfles. Eens zien of die golven zich iets makkelijker laten temmen dan de rivier.











