IJsklimmen is zo’n sport waar je meteen een beeld bij hebt: steile ijswanden, scherpe bijlen, kou en een flinke dosis spanning. Het ziet er indrukwekkend uit, maar hoe het echt voelt, begrijp je pas als je er zelf staat. Dat merkte ik toen ik onderaan een ijswand stond in het Zwitserse Adelboden en begon met klimmen. Het bleek niet alleen spannend, maar vooral ook verrassend leuk. Grappig genoeg stond ijsklimmen in Zwitserland eigenlijk niet eens op mijn eigen lijst, maar op die van mijn vriend.

IJsklimmen in Zwitserland op de Engstligenalp
De Engstligenalp is zo’n plek waar je direct snapt waarom mensen hierheen komen om te ijsklimmen. Je pakt de gondel omhoog, loopt een paar honderd meter en staat ineens onderaan een brede ijswand die zich over de rots uitstrekt. Het is een indrukwekkende ijswand, maar hoe langer je kijkt, hoe overzichtelijker het eigenlijk wordt.
De wand is gevormd doordat water langs de rotswand naar beneden stroomt en bevriest. Dat zorgt voor een stabiele ijsstructuur met verschillende lijnen en hoogtes. Je ziet meteen dat er van alles mogelijk is, maar ook dat je niet precies weet waar je moet beginnen. Dat eerste moment onderaan de wand is er vooral één van kijken en inschatten, terwijl je probeert te bedenken waar je omhoog gaat en hoe je dat gaat doen.


Voorbereiding voordat je de ijswand in gaat
Voordat je daadwerkelijk begint met ijsklimmen, sta je eerst even stil bij de basis. Tijdens de introductie via de Alpinschule Adelboden Kandersteg krijg je uitleg over het materiaal en hoe je het gebruikt. IJsbijlen voelen anders dan je verwacht en stijgijzers zorgen ervoor dat je je voeten net iets bewuster moet plaatsen, waardoor je houding automatisch verandert. Het zijn kleine aanpassingen, maar ze maken direct verschil op hoe stabiel en ontspannen je straks klimt.
We kregen de tijd om rustig te wennen aan hoe alles werkt. We probeerden wat bewegingen uit, voelden hoe het materiaal reageert en bouwden gaandeweg wat meer vertrouwen op. Tegelijk blijft dat moment onderaan de wand spannend, omdat je weet dat het straks niet meer oefenen is, maar echt ijsklimmen.

De eerste meters in het ijs
We begonnen op een wand van ongeveer 15 meter, wat precies genoeg bleek om het gevoel voor ijsklimmen te krijgen zonder dat het overweldigend wordt. Die eerste meters voelen aftastend, omdat je nog bezig bent met begrijpen hoe het ijs reageert en hoeveel vertrouwen je kunt hebben in je slagen en je voetplaatsing.
Al vrij snel merk je dat het minder onwennig wordt en dat er een soort ritme ontstaat in je bewegingen. Je slaat je bijl in het ijs, plaatst je voeten, kijkt even en gaat weer door, waardoor het klimmen steeds vloeiender aanvoelt. Juist dat moment, waarop het ineens begint te kloppen, maakt het leuker dan je vooraf had verwacht en zorgt ervoor dat je vanzelf nieuwsgierig wordt naar meer.

Wanneer het echt serieuzer wordt
Na de eerste paar keren op de korte wand werd er een route van ongeveer 40 meter voorbereid. Dat is het moment waarop je merkt dat het serieuzer wordt, omdat het niet meer alleen draait om wennen, maar ook om volhouden en goed omgaan met je energie. Tegelijk voelde het vooral als een kans. Deze lengte wilde ik gewoon proberen.
Halverwege merkte ik dat mijn armen en schouders het zwaar kregen en dat een korte pauze nodig was om weer door te kunnen. Even hangen, ademhalen en opnieuw focussen, waarna ik weer verder ging, stap voor stap. Hoe hoger ik kwam, hoe meer ik merkte dat het lukte. Uiteindelijk haalde ik de top. Niet in één keer, maar wel volledig, en dat voelde echt heel goed. Gewoon 40 meter ijsklimmen, iets waarvan ik vooraf niet eens wist of het me zou liggen.


Techniek en wat het fysiek met je doet
Tijdens het klimmen merkte ik juist hoe fysiek ijsklimmen eigenlijk is, zeker als je het voor de eerste keer doet. Het voelde voor mij een stuk zwaarder dan sportklimmen, vooral omdat je continu met die ijsbijlen bezig bent. Mijn armen en schouders kregen het flink te verduren, en op een gegeven moment vroeg ik me serieus af of ik ze nog wel lang vast kon houden.
Tegelijk begon ik te merken dat techniek echt verschil maakt. Hoe beter je je ijsbijlen plaatst en hoe rustiger je beweegt, hoe meer controle je krijgt en hoe minder energie het kost. Die belasting blijft, maar voelt minder alles-of-niets. Het wordt meer een afwisseling tussen inspanning en korte herstelmomenten, waardoor je het beter volhoudt en gaandeweg efficiënter begint te klimmen.


De Engstligenalp als plek om te ijsklimmen
Wat de Engstligenalp in Zwitserland zo geschikt maakt voor ijsklimmen, is de combinatie van bereikbaarheid en overzicht, waardoor je zonder veel moeite op een plek staat die direct uitnodigt om te klimmen. De wand is breed en biedt verschillende mogelijkheden, waardoor je als beginner niet vastzit aan één lijn, maar kunt kijken wat bij je past. Tegelijk blijft het een indrukwekkende omgeving waarin je continu bewust bent van waar je staat.


Waarom ijsklimmen blijft hangen
Wat ijsklimmen bijzonder maakt, zit in hoe alles samenkomt tijdens het klimmen zelf, zonder dat er één moment is dat eruit springt. Je bent continu bezig met je volgende beweging, waardoor er weinig ruimte overblijft voor afleiding en je volledig opgaat in wat je doet. Je komt echt in een flow terecht.
IJsklimmen in Zwitserland als eerste ervaring
Terugkijkend voelt deze dag als een complete eerste kennismaking met ijsklimmen in Zwitserland, waarin alles samenkwam van voorbereiding tot het moment dat ik boven stond. Het is zo’n ervaring waarin je niet alleen leert hoe het werkt, maar vooral hoe het voelt om iets nieuws te doen waar je vooraf geen goed beeld bij had. En wat begon als iets dat niet eens op mijn eigen lijst stond, is nu veranderd in iets wat ik zonder twijfel nog eens wil doen en dat zegt eigenlijk alles.











